Antwoorden - Toegang tot de collectieve sector

De collectieve sector staat centraal in dit boek. Bij een ruime definitie omvat deze sector alle instellingen waarvan de activiteiten grotendeels collectief (uit publieke middelen) worden gefinancierd. De collectieve sector wordt doorgaans onderverdeeld in het Rijk, de overige publiekrechtelijke lichamen en de instellingen die de sociale verzekeringen verzorgen. Uitgaande van de ruime definitie van de collectieve sector horen hiertoe tevens de overige instellingen waarvan de uitgaven grotendeels uit publieke middelen worden bekostigd. Het gaat hierbij om instellingen zoals scholen, ziekenhuizen en verzorgingshuizen.

De collectieve sector staat centraal in dit boek. Bij een ruime definitie omvat deze sector alle instellingen waarvan de activiteiten grotendeels collectief (uit publieke middelen) worden gefinancierd. De collectieve sector wordt doorgaans onderverdeeld in het Rijk, de overige publiekrechtelijke lichamen en de instellingen die de sociale verzekeringen verzorgen. Uitgaande van de ruime definitie van de collectieve sector horen hiertoe tevens de overige instellingen waarvan de uitgaven grotendeels uit publieke middelen worden bekostigd. Het gaat hierbij om instellingen zoals scholen, ziekenhuizen en verzorgingshuizen.

Dit boek is een geheel herziene en geactualiseerde versie van het boek dat in 2007 verscheen. Het gaat over de economie van de collectieve sector. Veel behandelde onderwerpen liggen op het terrein van wat traditioneel de leer van de openbare financiën heet. De moderne benaming ‘economie van de collectieve sector’ maakt duidelijk dat het niet alleen gaat over de uitgaven en de inkomsten van de overheid. Centraal staat wat de overheid kan doen om een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan de maatschappelijke welvaart. De theoretische analyses worden aangevuld met beschouwingen over de Nederlandse beleidspraktijk.
Het openingshoofdstuk biedt een eerste kennismaking met de collectieve sector. Daarbij wordt aandacht besteed aan ontwikkeling van de omvang van de collectieve sector sinds het begin van de twintigste eeuw. De overige hoofdstukken behandelen de volgende onderwerpen:

 

De motieven voor overheidsbemoeienis met de economie
De politieke besluitvorming
De invloed van het overheidsbeleid op de economische ontwikkeling
Overheidsfinanciën en pensioenen in het licht van de vergrijzing
Het begrotingsbeleid
De verzorgingsstaat
De belastingen en premies en hun invloed op de economische ontwikkeling
Maatschappelijke kosten-batenanalyses
De betekenis van non-profitorganisaties
De decentrale overheden
De Europese Unie en de eurocrisis
De privatisering van overheidsbedrijven en het streven naar betere marktwerking